Sinds 1 april 2009 is de Nederlandse postmarkt volledig geliberaliseerd. Met de invoering van de Postwet 2009 is gekozen voor meer ruimte voor concurrentie op de (zakelijke) markt en is het alleenrecht van PostNL om brieven tot 50 gram te vervoeren, vervallen. Het doel van de liberalisering is dat klanten daardoor meer keuzemogelijkheden, lagere prijzen en een betere kwaliteit dienstverlening krijgen. Nu is naast PostNL ook Sandd actief als postvervoersbedrijf op de zakelijke markt.

Visie

In de visie van OPTA is er in de postmarkt sprake van een ongelijk speelveld, omdat PostNL slechts in een deel van de markt concurrentiedruk ondervindt. Uit OPTA’s marktmonitor blijkt dat de mate van concurrentie op delen van de postmarkt nogal verschilt. Daarbij komt dat de postmarkt een krimpende markt is waarop slechts ruimte lijkt te zijn voor een beperkt aantal grote spelers. OPTA ziet dat er mogelijk andere, niet-toegangsgebonden factoren zijn, die de ontwikkeling van concurrentie op de postmarkt kunnen beperken.

OPTA heeft daarom, mede op verzoek van het ministerie van EL&I, in 2011 de concurrentie op de postmarkt geanalyseerd. Die analyse wijst uit dat PostNL een dominante positie heeft in de segmenten consumentenpost, zakelijke tijdskritische post (bezorging binnen 24 uur) en zakelijke niet-tijdskritische post (bezorging na 24 uur). OPTA concludeert dat de concurrentie op de Nederlandse postmarkt zich onvoldoende ontwikkelt. Door de dominante positie van PostNL bestaat een risico dat mededingingsproblemen in de postmarkt optreden. Kruissubsidie (het dekken van tekorten op de ene dienst door overschotten op een andere dienst) en prijsdiscriminatie (het rekenen van verschillende prijzen voor verschillende klantgroepen) zijn voorbeelden van dergelijke mededingingsproblemen.

OPTA heeft wijzigingen in de Postwet 2009 voorgesteld om deze risico’s te beperken en zo de concurrentie te bevorderen. Zo stelt OPTA effectievere regels op het gebied van kostenoriëntatie, kostentoerekening en transparantie  TransparantieHet verschaffen van alle informatie die afnemers nodig hebben om toegang af te nemen.   voor om buitensporig hoge prijzen, kruissubsidie en roofprijzen te voorkomen. Hiernaast stelt OPTA uitbreiding van de non-discriminatieverplichting voor om prijsdiscriminatie, koppelverkoop en overstapdrempels tegen te kunnen gaan.

Door beter in te kunnen grijpen in de kwaliteit van en de tarieven voor de postbezorging, kan OPTA het belang van de consument beter beschermen. Daarnaast kan OPTA met de voorgestelde concurrentiebevorderende maatregelen de voordelen van een geliberaliseerde postmarkt voor zakelijke verzenders vergroten.

Op 15 december 2011 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie OPTA’s rapport aangeboden aan de Tweede Kamer. Op 21 februari 2012 heeft de staatsecretaris de Tweede Kamer aangegeven dat hij van mening is dat de huidige ontwikkelingen aanleiding geven om te overwegen op welke wijze het huidige toezichtinstrumentarium van de Postwet kan worden aangevuld. Daarbij heeft de staatssecretaris aangegeven dat hij denkt aan de introductie in de Postwet van een Aanmerkelijk Marktmacht instrument. 

Sinds 2010 volgt OPTA jaarlijks de ontwikkelingen in de postmarkt door systematisch kwantitatieve gegevens te verzamelen en te analyseren. Deze structurele marktmonitoring is ter ondersteuning van verdere analyse van de effecten van marktliberalisering en om te bepalen in hoeverre de doelstellingen uit de wet worden gehaald.

De postmarkt

Ondanks de mogelijkheden van telefonie en internet, verstuurt Nederland nog massaal post. Jaarlijks worden bijna 5 miljard poststukken bezorgd.

Lees verder