Convergence by OPTA

Print

Werken bij OPTA

Op 8 april 2009 organiseerde OPTA een congres over convergentie. Sprekers, panelleden en 150 genodigden bespraken samen trends en dilemma’s in convergentie van telecom, media en ICT. Wat zijn de uitdagingen voor de markt, de regelgevers en toezichthouders?

Programma

 

Welkom door Chris Fonteijn (OPTA)

“Convergentie is samenvloeien van markten door technologische ontwikkelingen,” leidt Fonteijn de middag in. Omdat door convergentie grenzen tussen markten, spelers en toezichthouders vervagen, is de zaal gevuld met publiek en sprekers met uiteenlopende achtergronden. Beleidsmakers van de betrokken ministeries, toezichthouders, vertegenwoordigers uit de markt over de hele keten, parlementariërs en journalisten zijn uitgenodigd om zich in de discussie te mengen.

 

Constantijn van Oranje (RAND Europe)

Constantijn van Oranje presenteert namens RAND Europe de gevolgen van convergentie voor het toezicht op telecommunicatie en media. De waardeketens voor communicatie, informatie en media vergroeien tot één. Dit heeft gevolgen voor het toezicht. In het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Zuid-Korea wordt op verschillende manieren met het toezicht op telecom en media omgegaan. In deze landen is nagedacht over actief en overkoepelend convergentiebeleid. Het Britse OFCOM houdt toezicht op bijna alle aspecten van de waardeketen en het VK heeft nu een dynamische sector, terwijl de Amerikaanse FCC en het Koreaanse KCC een beperktere bevoegdheid hebben en meer met zusterinstanties afstemmen. In Amerika bestaat een duidelijke duopolie van netwerken, in Zuid-Korea investeert de overheid fors in de sector: netwerken, dienstontwikkeling. In elk land is de focus om wel of niet op content, netwerken of concurrentie in te grijpen anders.

Succesvolle regulering bij convergentie vraagt om een afweging tussen actief en reactief toezicht, tussen ex ante en ex post, tussen een geïntegreerde en een gecoördineerde aanpak van toezichthouders, tussen sectoraal en algemeen, tussen brede en nauwe bevoegdheden en tussen zelfregulering  ZelfreguleringSoms spreken partijen op eigen initiatief gedragsregels met elkaar af, wanneer voor bepaalde situaties geen wet- en regelgeving bestaat.  en traditionele regulering. Convergentie vraagt dus om visie en coherent beleid. Van Oranje overhandigt het rapport “Responding to Convergence” aan staatssecretaris Heemskerk, dat door RAND Europe in opdracht van OPTA geschreven is.

 

Frank Heemskerk (Ministerie van Economische Zaken)

Frank Heemskerk deelt de conclusies van RAND Europe in grote mate. Gelukkig zit toezicht in Nederland al heel behoorlijk en gecoördineerd in elkaar. Door convergentie vervagen de grenzen tussen ICT, diensten en content. Er ontstaan nieuwe kansen en problemen, van sociale netwerksites waar Nederlanders dol op zijn en veel user generated content naar uploaden, tot de vraag hoe je verstandelijk gehandicapten behoedt voor een internetbestelling van duizenden euro’s aan Dinkytoys.

Convergentie kan leiden tot ongelijke concurrentie. Heemskerk noemt kabel daarbij als voorbeeld. Convergentie leidt tot steeds meer gebundeld aanbod van TV en Heemskerk is blij met OPTA die ervoor gaat zorgen dat andere aanbieders ook de tv-klantrelatie kunnen overnemen. Heemskerk is verheugd dat Brussel in dit geval de ruimte geeft voor nationaal passende regelgeving. Degene die kan bepalen wat de klant doet, heeft macht in de waardeketen. Met de techniekneutrale veiling van nieuwe frequenties wordt expliciet ruimte gemaakt voor nieuwe aanbieders en diensten voor de klant. Daarnaast heeft overstappen de aandacht; bedrijven hebben met zelfregulering verbetering voor consumenten beloofd.

De onafhankelijke toezichthouders werken steeds meer samen, zoals OPTA en de NMa bij de Reggefiber glasvezelplannen. Consuwijzer is nog een mooie samenwerking die consumentensignalen aan de juiste toezichthouder doorgeeft. Het beleid moet goed zijn afgestemd en het onafhankelijke toezicht goed geregeld. In Nederland werkt het systeem goed; don’t fix it, if it ain’t broken.

 

Annet Aris (INSEAD, OPTA)

Annet Aris, collegelid bij OPTA, benadrukt dat ze vanmiddag spreekt als professor van INSEAD. “En dan nu de cijfertjes; wat is er eigenlijk aan de hand in de markt? Is convergentie goed of slecht: wie baat het, wie schaadt het?” Convergentie is begonnen met digitalisering. Daarna leidden multiservice platforms tot triple play bundels. Eerst ontstond verticale integratie, laat Aris zien: telco’s boden internet aan, kabel ging internet en telefonie aanbieden, waarop telco’s weer televisie aanboden. Ook in apparatuur integreerden producenten; zie de opkomst van tv-toestellen met internet en de Slingbox om overal tv zoals thuis te ontvangen. Maar ook horizontale integratie trad op, met eigen websites en content, gevolgd door diagonale integratie. Volgens Aris zien we nu “dat iedereen in elkaars vijver gaat vissen.” We moeten oppassen dat er nog genoeg vissen zijn en geld te verdienen valt, omdat de investeringen in digitalisering en multiservice platforms hoog zijn. Er is steeds meer gratis, consumenten verwachten dat nu ook. Wat zijn de consequenties? Eigenlijk is 20% groei in de advertentiemarkt in korte tijd onwaarschijnlijk; dat moeten we in ons achterhoofd houden bij het beoordelen van nieuwe businessmodellen.

De succeskansen per infrastructuur zijn zeer verschillend per land en afhankelijk van bijvoorbeeld demografie, geografie, historische regelgeving, innovatie en Bruto Nationaal Product. Op een ranking voor breedbandpenetratie, -snelheid en -prijs scoren het VK en de VS niet zo sterk. Eenzelfde ranking voor digitale tv zet Engeland juist voorop en Nederland in de achterhoede.

De discussie komt altijd terug tot: wat zijn de doelen, wat willen we bereiken? Toekomstscenario’s van de convergentie-waardeketen liggen op het veld tussen horizontale en verticale integrerende bedrijven en hun “land grab” of “win-win” instelling. Er moet geld zijn voor innovatie, maar hoe verzekeren we dat? De economische crisis zal effect hebben, enerzijds als stimulering van digitalisering, efficiëntie en betere metingen van consumenten, anderzijds kunnen bedrijven conservatiever worden of bij een lange duur van de crisis defensief voor land grab tactieken kiezen.

Presentatie:

 

Intermezzo

Tot dat moment is de rationele kant van convergentie belicht. OPTA wil ook graag laten zien hoe een gebruiker convergentie ervaart. Hiervoor heeft OPTA een 'artist impression' laten maken. Erik Jan Harmens draagt zijn gedicht “Ik heb een stem die ik herken” voor, begeleid door beeld enmuziek. Hij belicht het alles-in-één-‘device’ en onze continue bereikbaarheid en communicatie.

 

Ben Verwaayen (Alcatel-Lucent)

Na de pauze neemt Ben Verwaayen het woord en focust op de communicatie van de ideale klant: die is 15 jaar oud en ongelooflijk machtig. E-mail vindt hij ouderwets, hij mailt alleen zijn ouders nog. Businessmodellen moeten veranderen. Het gaat nu om toegang tot waar het echt om draait; sharing en making. Vooral het aandeel video stijgt hard in webverkeer maar daar zijn onze communicatienetten nooit op ingericht. In China handelde een operator met nieuwjaar in één dag 9,6 miljard SMS-jes af, op een netwerk dat daar niet voor gemaakt is en verstuurd zijn vanaf GSM-toestellen waar niet eens Chinese tekens op staan. Er is dus een nieuwe taal voor ontstaan. Videoverkeer en SMS zijn beide illustratief voor het onvoorspelbare succes van toekomstige technieken, diensten en daarmee businessmodellen en investeringen.

Met de BBC iPlayer kun je in Engeland alles wat je op tv kan zien, ook downloaden en daarvoor hoeft geen kijk- en luistergeld betaald te worden, terwijl dat voor tv wel moet. Eerst is het verkeer berekend en daarmee zijn all you can eat flat fee pakketten ontwikkeld. Daarna kwam er video op internet, Youtube, Facebook. Voor video is high speed access nodig, à 500 miljard euro investeringen in Europa. Terwijl niemand van de net-operators iets aan dat videoverkeer gaat verdienen voor zijn netwerk. Verwaayen vindt het daarom niet vreemd dat niemand glas uitrolt.

Daarnaast is er een nieuwe wereld van cybercrime ontstaan. Spam en identity theft zijn economisch groter dan drugscriminaliteit. De regelgever is vooral actief in de onderste laag, de netwerken en heeft geen grip op de lagen daarboven. Maar zolang er capaciteit is en de 15-jarige zijn digitale diensten en content zelf kan inrichten, is dat voor hem geen probleem. De klant beweegt zich dwars door alle lagen heen. Het systeem moet drastisch worden omgegooid, we moeten niet krampachtig vasthouden aan wat aan regelgeving is opgebouwd. Elkaar adviserende overheidsorganen, daar heeft Verwaayen niks aan. Hij wil het liefst een one-stop-shop, maar een model wat in het ene land werkt, hoeft niet meteen te werken in het andere land. Wat zijn onze doelstellingen met convergentie? Waar willen we heen? We moeten niet pas iets doen als het helemaal fout zit: het businessmodelprobleem bij telecomoperators speelt nu, aldus Verwaayen.

 

Paneldiscussie

Voor het paneldebat schuiven naast Verwaayen ook Martijn van Dam (PvdA-fractie Tweede Kamer), Mark de Jong (OPTA en Novay), Eric van Stade (SBS) en Yme Bosma (Hyves) aan. Welke businessmodellen gaan werken en wie verdient er in de verschuiving van waarde naar mediadiensten op een willekeurig communicatienetwerk? Op dit moment werkt het advertentiemodel goed voor internetdienstaanbieders Google en Hyves, maar is er aan de bandbreedte en dus glasvezelnetwerken ook nog te verdienen? Waarom niet per type dataverkeer factureren, als het ene meer waarde biedt dan het andere? Terug naar betalen voor veroorzaakte kosten? Maar iedereen is juist blij met zijn flat fee abonnement voor data en “eens gegeven blijft gegeven voor de consument” volgens Verwaayen. Volgens Bosma betaalt de consument best voor waardevolle diensten, of kan er een advertentiemodel op worden gezet. Maar kijken we oneindig reclame? Wordt gerichte reclame straks handel in persoonsgegevens? Daar hebben we de wet bescherming persoonsgegevens weer voor. Hoe kunnen Nederlandse bedrijven een businessmodel ontwikkelen als de convergerende wereld van diensten, techniek en investeerders internationaal is en wereldwijd dezelfde dilemma’s ontstaan? Internationale afstemming van regels, maar ook over werkende businessmodellen, is belangrijk. Een Europese dienstenaanbieder mag zijn succesvolle verdienmodel nu vaak niet in heel Europa invoeren, omdat er altijd wel ergens iets niet mag.

Ook de zaal neemt met scherpe vragen deel aan de brede discussie, die gaat over netwerkneutraliteit, internationaal toezicht en auteursrecht. Van Stade bevestigt dat auteursrechten bepalend zijn voor het succes van nieuwe mediadiensten; “Per scherm en per aanbieder zijn andere kostenmodellen aan dezelfde content verbonden.” Daarnaast verstoort de overheid volgens Van Stade de markt voor nieuwe media met alle gratis initiatieven van de publieke omroep. Volgens Bosma wordt te makkelijk naar regelgevers gekeken als het misgaat. Er bestaan best succesvolle, legale diensten, zoals Spottify. Hoewel een studiegroep van de Tweede Kamer auteursrechtproblematiek bekijkt, gaat het om een wereldwijd stelsel dat zelfs Europees niet makkelijk is aan te pakken volgens Van Dam.

Toezichthouders van aparte ministeries werken steeds meer samen, maar we zijn nog niet convergentie-proof. Ook nationale toezichthouders moeten internationaal meer samenwerken, maar één Europese toezichthouder onder de Europese Commissie in Brussel zou niet onafhankelijk zijn en te ver van de nationale markten af staan. Het is goed dat we onze autonomie niet afstaan, maar voor internationale bedrijven is het woud aan toezichthouders en nationale verschillen ondoorzichtig.

Toezichttaken veranderen; wat betekent de groei in Hyves-mail en opkomst van persoonlijke tv-reclame voor OPTA’s taak tegen spam? Er is veel consumentenbescherming en de nieuwe media-richtlijn die ook voor internetcontent meer regels stelt, komt daar nog bij. Maar die regels zijn nauwelijks werkbaar: de consument en bedrijven houden de vele regels nu al niet bij. De consument zelf heeft ook een controletaak. Volgens Van Oranje zijn empowerment en intermediaire platforms hiervoor belangrijk. Ook zelfregulering onder dienstaanbieders en co-regulering van toezichthouders en marktpartijen samen vormen praktische en onmisbare aanvullingen op wet- en regelgeving van bovenaf.

De middag wordt door moderator Van Oranje afgesloten met een samenvatting van het brede palet aan besproken dilemma’s en trade-offs voor markten en toezicht, waar de aanwezigen zich geïnformeerd en vol inspiratie op kunnen storten.